Met de komst van de Omgevingswet hebben gemeenten de kans en de opdracht om ruimtelijke opgaven in samenhang op te pakken. Een van de instrumenten is het omgevingsplan. Er blijkt bij gemeentes een grote behoefte aan concrete ondersteuning bij het formuleren van regels in het Omgevingsplan en het maken van de juiste keuzen hierbij. Hoe maken we het concreet?

Gemeenten ondersteunen

Het programma Bodembeheer van de toekomst kan alle 355 gemeenten van Nederland ondersteunen bij het opstellen van zo’n eigen omgevingsplan als het gaat om de ondergrond. Hierin kan een gemeente bindende regels opnemen voor zowel de eigen organisatie als voor anderen.

In deze doelstelling is het vanzelfsprekend, noodzakelijk en nuttig dat samenwerking plaatsvindt met andere overheden (provincie, waterschap, buurgemeenten, Omgevingsdienst) en andere relevante actoren in de regio.

Proces èn inhoud

Wij informeren en faciliteren gemeentes over de wijze waarop regels over de kwaliteit en het systeem van bodem, grondwater en ondergrond in omgevingsplannen kan worden opgenomen. Dit doen we zowel op inhoud als proces. Hierbij kijken we vanuit de belangrijkste maatschappelijke opgaven die bij gemeenten samenkomen. Ook blijven we het bodemvraagstuk beschouwen vanuit de intrinsieke waarden van het natuurlijk kapitaal. Denk hierbij aan opgaven zoals schoon grondwater en gezonde bodems.

Invulling geven aan het aanvullingsspoor Bodem

Met het aanvullingsspoor Bodem bij de Omgevingswet is overigens ook sprake van een nieuwe taak- en rolverdeling. Een flink deel van de verantwoordelijkheid voor de ondergrond gaat over van provincies naar alle gemeenten (tot nu toe hadden alleen grote gemeenten deze verantwoordelijk al). Door middel van een “warme overdracht” worden data, informatie ene kennis overgedragen. Dit is een belangrijke dimensie bij het programma.

Planning van het programma

Fase 1
mei 2020 – oktober 2020

In deze fase ligt de focus op het produceren van een raamwerk, het benoemen van onderwerpen en ‘activiteiten’ die te vertalen zijn naar een bouwsteen die zo praktisch mogelijk kan worden uitgewerkt. Ook doen we in deze fase de eerste inhoudelijke verkenning van de mogelijk te stellen regels. We formeren een team en we formuleren een werkwijze.

Fase 2
november 2020 – juli 2021

Dit is de productiefase. In deze fase selecteren en ontwikkelen we nieuwe onderwerpen of bouwstenen, maar ontwikkelen we ook bouwstenen uit fase 1 van het programma verder door, totdat ze gereed en bruikbaar zijn voor de toepassing in praktijksituaties.

Fase 3
februari 2021 – oktober 2021

Dit is de implementatiefase waarin we ervoor zorgen dat de kennis die in dit programma wordt opgedaan zo goed mogelijk terecht komt bij de doelgroep: ambtenaren bij gemeentes en medewerkers van omgevingsdiensten die nu en straks zelf aan de slag gaan met de nieuwe omgevingswet.

Werkwijze en producten

We werken aan de volgende bouwstenen:
• Aanvullingsspoor
• Bodemenergie
• Grondwater
• Toepasbare regels
• Voedselbossen
• Klimaatadaptatie
• Omgang met voormalige stortplaatsen
• Zeer zorgwekkende stoffen
• Evenwichtige toedeling ondergrondse functies
• Vitale bodem

We hanteren een algemene leidraad, waarin de stappen worden gezet om van een omgevingsvisie tot een omgevingsplan met daarin concrete regels te komen.

Per bouwsteen worden verschillende concrete producten geleverd:

Juridische frames
Overzicht van de relevante regelgeving en de lokale afwegingsruimte per onderwerp.

Informatieblad en/of Q&A
Informatie bij het onderwerp, mogelijk aangevuld met het beantwoorden van specifieke vragen.

Voorbeeldregels (staalkaart)
Gelet op gebied, activiteit en ambitie, voorbeelden geven hoe je het in het Omgevingsplan kunt regelen, inclusief toelichting.

Waar nodig geacht, wordt de algemene leidraad verder uitgewerkt en toegespitst naar de bouwsteen.

De producten worden opgeleverd in twee soorten versies:

80%-versie
Een product dat zorgvuldig is ontwikkeld door het bouwsteenteam, specialisten en juristen. In veel gevallen is deze versie ook tegengelezen door gebruikers, vaak gemeenten uit een WEB-taakgroep.

100%-versie
Een herziene versie van het product, getoetst bij een klankbordgroep.

Alleen voor het Aanvullingsspoor wordt gesproken van 60% versies, dit zijn de documenten die gebaseerd zijn op inmiddels oude versie van het Aanvullingsbesluit. Zodra er een voortschrijdende versie van de regelgeving beschikbaar komt, streven we ernaar de daarin aangebrachte wijzigingen ten opzichte van de vorige versie binnen redelijke termijn te verwerken in onze producten.

Organisatie

Coördinatie, aansturing en secretariaat wordt gedaan door Gerd de Kruif, Corinne Koot (Witteveen + Bos), Martijn Mekkink (Tauw), Marco Vergeer en Marilou Das (beiden van Royal HaskoningDHV). Zij ondersteunen een kernteam van experts dat bestaat uit enthousiaste deskundigen van gemeenten en omgevingsdiensten, Bodem+ en een aantal externe partijen. In duo’s wordt er gewerkt aan verschillende bouwstenen. We doen regelmatig beroep op een grotere buitenkring van experts bij het uitwerken van de producten of de specials. Ook werken we nauw samen met het VNG programma dat is gericht op staalkaarten voor het Omgevingsplan. Onze producten worden daar getoetst.

Logo RHDHV_very large
LogoWB
TAUW_logo-Vital_Indigo

Contactpersonen

Programmamanagement
Gerd de Kruif: gerddekruif@gmail.com
Corinne Koot: corinne.koot@witteveenbos.com
Martijn Mekkink: martijn.mekkink@tauw.com
Marco Vergeer: marco.vergeer@rhdhv.com
Marthe Grotenhuis:
bodembeheervdtoekomst@samendedieptein.nl

Stel een vraag!

Stel HIER uw vragen over o.a. het programma en/of producten.

De drie invalshoeken

De filosofie van de Omgevingswet

Onze bouwstenen bieden verschillende varianten van regels aan ter inspiratie, maar treden niet in de lokale afweging die de gemeente zelf moet maken.

De maatschappelijke opgave

De maatschappelijke opgave

Eventuele negatieve effecten van maatschappelijke activiteiten op de kwaliteit van de bodem moeten worden tegengegaan zonder deze activiteiten onmogelijk te maken.

Het natuurlijk systeem van de bodem

Het natuurlijke bodemsysteem

Het gaat hier zowel om het functioneren als systeem als om afzonderlijke kwaliteiten van de bodem.